[Review] Dragon Quest I, II en III

De Erdrick-trilogie is terug voor een lesje in old-school RPG’s.

Met de release van Dragon Quest XI S: Echoes of an Elusive Age – Definitive Edition voor de Switch zal een hele nieuwe generatie de Dragon Quest-serie ontdekken. Square Enix geeft deze spelers – en natuurlijk de oude fans – nu de kans de drie eerste games ook te beleven op Nintendo’s hybride console. De zogeheten Erdrick-trilogie laat goed de ontwikkeling van de serie zien in zijn beginjaren, maar kan deze heruitgave ons nog steeds omverblazen? Dat lees je in deze review.

De drie games zijn allemaal apart uitgebracht voor verschillende prijzen, maar voor het overzicht zullen ze allemaal behandeld worden in één review. Ik zal natuurlijk wel ingaan op alle aspecten van de drie games afzonderlijk, waarna ze ook apart beoordeeld zullen worden.

Een eeuwenlange sage

Hoewel recentere Dragon Quest-games bijna geheel los van elkaar staan als het op verhaal aankomt, zijn de eerste drie titels onlosmakelijk met elkaar verbonden. Officieel worden Dragon Quest, Dragon Quest II: Luminaries of the Legendary Line en Dragon Quest III: The Seeds of Salvation de Erdrick-trilogie genoemd, omdat ze allemaal te maken hebben met de legendarische held Erdrick en zijn nakomelingen. Aangezien de drie game elkaar opvolgen zullen er lichte spoilers te vinden zijn in de tekst, dus je bent gewaarschuwd.

Chronologisch gezien is Dragon Quest III: The Seeds of Salvation het eerste spel in de trilogie. Dragon Quest III speelt zich vele jaren eerder af dan de originele Dragon Quest, in een wereld die grote gelijkenissen vertoont met onze wereld. Een slechte duivel genaamd Baramos dreigt deze wereld te vernietigen. Jij speelt de held, zoon of dochter (de keus is aan jou) van de legendarische held Ortega, en samen met je reisgezelschap laat je Aliahan – je thuisland – achter om je vader te zoeken en Baramos te verslaan om het licht te herstellen in de wereld; een plotelement waar de Erdrick-trilogie graag op teert. Je zal door vele landen reizen die – net als de vorm van de wereldkaart – erg lijken op locaties uit onze wereld. Zo is Romaria gebaseerd op een Romeinse nederzetting en heeft Jipang een traditioneel Japans uiterlijk. Het verhaal in Dragon Quest III is van de trilogie duidelijk het sterkst, met de meest uitgebreide wereld en een behoorlijke plottwist tegen het eind van de game. Voor de meeste impact is het aan te raden deze game als laatst te spelen, ondanks dat het de eerste titel in de chronologische tijdlijn is. Het enige jammere aan het verhaal, is dat je reisgenoten totaal geen verhaal hebben. Dat is omdat je zelf je reisgenootschap samen mag stellen. Op gameplaygebied werkt dit erg goed, maar qua persoonlijkheid zijn het lege omhulsels.

Jaren later speelt de originele Dragon Quest zich af. Deze game vertelt het verhaal van een afstammeling van de legendarische held Erdrick (de protagonist van Dragon Quest III), die het op zich neemt Alefgard te bevrijden van – je verwacht het al – de duisternis. De heilige Ball of Light is namelijk gestolen door de mysterieuze Dragonlord en verstopt in Charlock Castle, een eiland in het midden van de wereld. Zonder deze magische bal is de wereld overspoelt met slimes, draken en geesten en durven mensen hun veilige thuishavens niet uit te komen. Het verhaal in deze game wordt enkel en alleen verteld door dialogen met NPC’s, die soms makkelijk te missen zijn. Of je dit een fijne manier van verhaal vertellen vindt zal verschillen van persoon tot persoon, maar naar mijn ervaring is het lastig het geheel erg meeslepend te vinden. Dit heeft ook met een gameplayaspect te maken, waar ik later op terug kom.

Dragon Quest II: Luminaries of the Legendary Line speelt zich een eeuw na de originele Dragon Quest af. De kinderen van de held uit deel één hebben Alefgard verlaten en zijn afgereisd naar het continent van Torland. Daar hebben zij drie koninkrijken gesticht: Middenhall, Cannock en Moonbrooke. Na de val van de Dragonlord is er een eeuw van vrede in de wereld, maar deze wordt abrupt beëindigd wanneer de slechte priester Hargon het kasteel van Moonbrooke vernietigt. De enige overlevende van de aanval reist af naar het koninkrijk van Middenhall, waar hij de koning het slechte nieuws brengt. De koning beveelt zijn zoon, de prins van Middenhall en een afstammeling van Erdrick, om zijn neef en nicht op te zoeken en samen Hargon te verslaan, voordat hij zijn ultieme doel kan bereiken: het oproepen van een kwade godheid. Net als de releasevolgorde zit Dragon Quest II qua verhaal een beetje tussen de andere twee titels in. Er wordt een stuk meer nadruk op het verhaal gelegd dan in het eerste deel, maar het wordt niet zo interessant als dat van deel drie. De game heeft wel als enige titel binnen de trilogie een reisgezelschap met een echte persoonlijkheid.

Een evolutie van het RPG-genre

Als de originele trilogie binnen de Dragon Quest-serie laten deze titels goed een ontwikkeling zien op gebied van gameplay. Elke volgende game is een evolutie van de vorige, waarbij de eerste Dragon Quest het meest simplistisch is en Dragon Quest III een volwaardige en uitgebreide RPG. De versies van de titels die naar de Switch zijn gekomen, zijn gebaseerd op de mobiele uitgaves van een paar jaar geleden. Dat betekent dat niet de originele NES-graphics worden gebruikt, maar een combinatie van de SNES-versie en nieuwe art voor de personages en vijanden. Ook op gameplaygebied zijn enkele zaken anders aangepakt. Zo krijgen personages in alle versies meer ervaringspunten dan in de originele uitgaves en werken de keuzemenu’s een stuk gestroomlijnder.

Dragon Quest

De originele Dragon Quest is op gebied van gameplay, ondanks de verbeteringen van de mobiele versie, nog erg oubollig. Als de held reis je van dorp naar kerker, naar volgend dorp. Als je tussendoor wil opslaan, moet je helemaal terug naar Tantegal – je startplek – reizen en met de koning praten. Gelukkig heb je ook de mogelijkheid om altijd te quick saven, maar als je al je levens verliest, word je alsnog teruggestuurd naar de koning.

Een overgroot deel van de game bestaat uit het grinden van vaardigheidspunten om verder te komen. De moeilijkheidscurve is niet helemaal goed afgesteld. Soms moet je een dik half uur aan een stuk door vijanden verslaan voordat je überhaupt kans maakt om een kerker te overleven. Hierbij speelt ook mee dat je te allen tijde alleen bent en de gevechten altijd één-tegen-één zijn. Hierdoor gaat een deel strategie ook verloren, want het komt nu bijna alleen maar aan op de vraag of jouw stats hoger zijn dan die van de vijand. Daarnaast maakt de game niet heel duidelijk waar je heen moet en is het vaak gissen waar je volgende bestemming is. Als je dan eenmaal op je bestemming bent, kan het voorkomen dat je geen Magic Keys meer hebt. Dit zijn speciale sleutels die je moet kopen en waarmee je elke deur kan openen. Zodra je een deur opent, verdwijnt de sleutel. Ze zijn niet duur, maar je kunt er maar een paar op zak hebben. Om alles nog gebruiksonvriendelijker te maken komen deuren weer tevoorschijn als je een gebied verlaat en kun je op slechts twee plekken in de wereld de sleutels kopen, waarvan je één gebied ook nog telkens moet openen met een sleutel.

Op zichzelf is het spel zeker niet onspeelbaar, integendeel. Het is een van de eerste RPG’s op de markt, dus het is logisch dat Square Enix een deel van die oude moeilijkheid heeft willen bewaren. Je kan zeker plezier halen uit deze game, maar je moet je voorbereiden op het lang achter elkaar bevechten van vijanden en het van hot naar her rondrennen om erachter te komen waar je precies heen moet.

Dragon Quest II: Luminaries of the Legendary Line

Dragon Quest II is in vergelijking met deel één al een enorme stap in de goede richting, voor zowel nieuwe spelers als spelers die de game eerder hebben gespeeld. Dat wil wel wat zeggen, want hoewel de game bij zijn originele release ontzettend goed ontvangen werd, is een veelgehoord minpunt dat de moeilijkheidsgraad soms ineens helemaal omhoog schiet. Deze heruitgave heeft dat mooi opgelost door de game wat meer in balans te brengen. Hoewel je nog steeds soms moet grinden, is dit vele malen minder dan in het origineel of de heruitgave van de eerste Dragon Quest.

Deze titel introduceert ook een reisgezelschap, bestaande uit de prins van Cannock en de prinses van Moonbrooke. De prins is een typische red mage, wat betekent dat hij zowel aanvallende als helende magie leert. Daarnaast kan hij verschillende wapens gebruiken, waardoor hij wat gebalanceerder is dan je hoofdpersonage, dat meer een typische aanvaller is. De prinses is de white mage van het gezelschap en zal dus vooral helende magie leren. Wederom trek je over een grote wereldkaart van stad naar stad en kom je zo nu en dan een grot of kerker tegen.

Dragon Quest II is er iets duidelijker in waar je precies heen moet, wat fijn is aangezien de wereld nog groter is dan die van deel één. Ook kun je in deze game op meerdere plekken opslaan, dus hoef je niet steeds af te reizen naar je beginstad. Het vervelende sleutelsysteem uit deel één is vervangen door een stel permanente sleutels, een zilveren en een gouden, die elk verschillende deuren kunnen openen. De gevechten zijn ook een stuk strategischer, omdat je nu toegang hebt tot drie verschillende personages en je meerdere vijanden tegelijk zal bevechten. Zeker nieuwe fans voor de serie zullen meer plezier beleven aan Dragon Quest II dan aan deel één, door de meer gestroomlijnde speelervaring.

Dragon Quest III: The Seeds of Salvation

Het sluitstuk van de trilogie en één van de betere titels in de serie. Het derde deel is verreweg de meest gebalanceerde game van de drie rereleases. Je begint gelijk met een volledig reisgezelschap die je helemaal zelf kan samenstellen. Je kiest de namen, klasse en statistiekverdeling voor al je personages, op de held na. Hierdoor heb je heel veel vrijheid in de manier waarop je de game wil tackelen. Ga je op avontuur met allemaal dieven of clowns? Dat kan! Als je verder komt in de game kun je getrainde personages ook van klasse veranderen, zodat ze de kracht krijgen van meerdere klassen. Hoewel je gezelschap – op jou na – geen achtergrondverhaal krijgt, geeft het de speler ontzettend veel vrijheid.

Tijdens gevechten kan je gebruikmaken van het autobattle-systeem, waarbij je zelf aanwijzingen kan geven aan je teamgenoten die ze opvolgen in de strijd. Zo kun je helers zeggen dat ze zich moeten focussen op het gezond houden van je team en magiërs dat ze zich geen zorgen moeten maken om Magic Points te gebruiken om magie te gebruiken. De selectie aan wapens, voorwerpen en spreuken is in Dragon Quest III ook veel groter dan in de vorige twee delen. Daarnaast vind je nu Battle Arenas in verschillende dorpen waar je kan wedden op gevechten tussen monsters om veel geld te winnen.

Verder introduceert de game veel meer variatie in gebieden. Zoals ik al schreef in het stuk over het verhaal van de game, reis je nu door een wereld die losjes gebaseerd is op onze eigen aarde. Hierdoor voelt de wereld een stuk minder eentonig aan dan die van de eerste twee titels. Daarnaast is er een dag/nachtcyclus toegevoegd, waardoor sommige gebieden niet bereikbaar zijn op bepaalde momenten en NPC’s anders reageren op de verschillende tijden van de dag.

Vernieuwing is niet altijd verbetering

Grafisch zijn deze uitgaves een beetje controversieel. Met de oorspronkelijke mobiele uitgave een paar jaar geleden was er nogal wat te doen over de nieuwe stijl van de sprites. Alle personages, NPC’s, vijanden en achtergronden tijdens gevechten kregen een moderner uiterlijk, terwijl de overworld nog steeds de pixelachtige graphics van de SNES-versie gebruikt. Het zal van persoon tot persoon verschillen of je deze keuze geslaagd vindt, maar persoonlijk vind ik het erg vloeken met elkaar. De personages vermengen zich niet zo met de wereld als in de originele versies. In Dragon Quest III is dit deels opgelost door wel nieuwe graphics te gebruiken, maar deze toch wat meer te laten lijken op de originele stijl. Dragon Quest I en II zien er daarentegen wat minder gelikt uit. Daarnaast is de framerate in alle titels slechts 30 frames per seconde. Aangezien de nieuwe 2D-modus van Dragon Quest XI S in 60 frames per seconde speelt, had ik stiekem gehoopt dat deze games net zulke goede prestaties zouden hebben. Op één of andere manier voelde deze lagere framerate daarom behoorlijk hakkelend.

De muziek in de games is daarentegen dik in orde. Het originele werk van Koichi Sugiyama blijft behoren tot de absolute top. De trilogie maakt gebruik van recentere uitvoeringen van zijn composities, waardoor het geluid nog voller klinkt.

Conclusies

DQ

De originele Dragon Quest zal voor veel mensen een speciale plek in hun hart hebben. Voor de moderne standaard laat de game echter duidelijk zijn leeftijd zien. Qua verhaal en gameplay is de game eigenlijk te stuntelig om er compleet van te genieten. De systemen die Dragon Quest hanteert zijn uiteindelijk gewoon gedateerd. Daarbij werkt de nieuwe grafische stijl eigenlijk net niet. Ik kan deze game dan ook alleen maar aanraden als je echt graag de geschiedenis van de serie wil ontdekken of een hardcore fan bent. De prijs van € 4,99 valt in verhouding dan gelukkig ook mee voor deze titel.

Eindcijfer: 6,5

DQII

Dragon Quest II: Luminaries of the Legendary Line laat zien dat de ontwikkelaars veel meer in petto hadden voor de serie. De game verbetert het origineel in elk opzicht en is met de modernisering van de gameplay en het balanceren van de moeilijkheidsgraad zeker het spelen waard. De grafische stijl laat net als deel één een beetje te wensen over, maar dat mag de pret zeker niet drukken. De prijs-kwaliteit verhouding is bij deze titel misschien ook wel het beste, want voor maar € 6,49 kun je deze ruim vijftien-uur-durende klassieker aanschaffen.

Eindcijfer: 7,1

DQIII

Het pareltje van de trilogie laat zien dat sommige klassieke games zelfs jaren later nog goed in de smaak kunnen vallen. Met ontzettend veel gameplaymogelijkheden, een gigantische wereld en een redelijk sterk verhaal is Dragon Quest III: The Seeds of Salvation een RPG die zeker het spelen waard is. De grafische stijl is ook het minst aangetast door de modernere sprites en voelt daardoor nog wat authentieker dan zijn voorlopers. De game is lang genoeg om je dik twintig uur zoet te houden, wat de iets duurdere prijs van € 12,49 wel rechtvaardigt. Als je maar één titel uit de trilogie wil aanschaffen, is dit zeker de juiste keus.

Eindcijfer: 8,0

Ruben

Ik ben 23 jaar en van jongs af aan al een groot fan van Nintendo en hun games. Het is moeilijk om tussen de geweldige series favorieten te kiezen, maar de Mario-games hebben sinds jongs af aan een speciale plek in mijn hart.

Geef een reactie